karen walthuis citaat4

‘Eén van mijn voorstellen voor een betere financiële wereld is dat mooie vrouwen ophouden met bankiers aantrekkelijk vinden’, Joris Luyendijk brengt mij met zijn prikkelende opmerking uit de ‘Tegenlicht’ uitzending Bankgeheimen van 1 maart 2015 in één klap terug bij één van de meest opmerkelijke dates uit mijn vrijgezellenbestaan.

Uit eten met een bankdirecteur

Een bankdirecteur vroeg mij een paar jaar geleden om met hem uit eten te gaan. Mijn aanvankelijke weigering, omdat ik niet zoveel geestelijke aansluiting vermoedde tussen ons, pareerde hij door mij te verwijten dat ik mij liet leiden door het vooroordeel dat bankiers het alleen maar over geld kunnen hebben. Aangezien ik wil leven naar mijn motto ‘open je hart en geest’, liet ik mij overhalen. Het werd een interessante avond, waarin ik een kijkje kreeg in het brein van deze bankier…

De logica van de bankdirecteur

Na een ontspannen uitwisseling over kinderen, woonsituaties en relaties, kregen we het over het inkomensverschil tussen een leraar en een bankdirecteur. Deze bankdirecteur vond dat verschil, dat nog groter bleek te zijn dan ik dacht, terecht. Hij legde mij uit waarom:
‘Een bankdirecteur maakt van 1 euro 100 euro en het is dus logisch dat hij een aanzienlijk deel daarvan krijgt.’
Waarop ik hem vroeg welke inspanning hij dan verricht om van 1 euro 100 te maken, oftewel wat dan zijn toegevoegde waarde (aan het grotere geheel) is. Waarna hij mij – licht zuchtend – nog eens probeerde uit te leggen:
‘Een bankdirecteur maakt van 1 euro 100 euro, dus voegt hij 99 euro toe. Dat is zijn toegevoegde waarde. Een leraar voegt niets toe, die kost alleen maar, dus verdient hij ook weinig. Ik heb dit speciale talent waarmee ik van 1 euro 100 euro kan maken. Een leraar, vuilnisman of verpleger heeft niet zo’n speciaal talent. Daarom is het terecht dat ik een veelvoud verdien ten opzichte van hen. Hadden die sukkels ook maar bankdirecteur moeten worden.’
Ik probeerde mijn innerlijke ontzetting nog even te onderdrukken, zodat ik zijn wereldbeeld nog wat verder kon onderzoeken. De bankier voelde zich geroepen om zijn betoog nog wat kracht bij te zetten: ‘Het is terecht dat wij een hoog inkomen hebben, want als de markt dat niet zou vinden, zou de markt dat corrigeren en de markt doet dat niet. Zo zit de wereld in elkaar. De markt bedient onze belangrijkste menselijke eigenschap en dat is hebzucht. Dat weet iedereen.’

Naïef

Iedere poging van mijn kant om mijn visie op zaken te geven, werd door de bankier onderbroken met een herhaling van zijn verhaal. Als ik er al iets doorheen kreeg, werd dat afgedaan als ‘naïef’. Mijn voorzichtige opmerking dat mijn belangrijkste eigenschap niet hebzucht is, beantwoordde hij met: ‘Dan ben jij die ene uitzondering op de regel.’

De dialoog heb ik – iets uitgebreider dan hier – opgenomen in mijn boek ‘Hoe word ik echt rijk? – een frisse kijk op ons moderne bestaan’, waarin ik allerlei collectieve aannames – waaronder ‘onze’ illusies over geld en rijkdom – op validiteit toets. Natuurlijk reik ik je er ook een prettig alternatief voor aan…

‘Moraalridders’

Gelukkig kregen we heerlijke gerechten voorgeschoteld, die mijn volledige aandacht verdienden. De bankier ‘keuvelde’ intussen rustig verder over de alimentatiebetalingen aan zijn ex-vrouw van rond de 40.000 euro per maand en over het noodgedwongen verblijf van een van zijn collega’s in Spanje. De man had dingen gedaan waarvan ‘moraalridders’ vinden dat ze niet kunnen, vandaar. En over de luxe cadeaus die hij zijn kinderen geeft om ze te laten zien hoeveel hij van ze houdt.

Van date naar antropologisch onderzoek

Het was een fascinerende avond. Zijn totale desinteresse in mij gaf mij ruim de gelegenheid hem te bestuderen. De date werd zo een boeiend antropologisch onderzoek. Toen hij – tot mijn verrassing – plots  vroeg waarmee ik eigenlijk mijn geld verdiende en ik vertelde dat ik coach ben, kreeg hij een aparte blik in zijn ogen. Iets tussen spot en medelijden in. Hij had intussen ook wel begrepen dat onze date geen vervolg zou krijgen en tetterde autoritair over de tafel heen: ‘Ach ja, nog zo’n beroep zonder toegevoegde waarde. Kijk, pas als ik dankzij jouw coaching meer geld kan maken, dan ben jij van enige waarde.’

Misschien aardig om te vermelden dat wij allemaal, als Nederlandse belastingbetalers, enkele weken later eigenaar werden van de bank waar deze man werkzaam was.

Signaal van de markt

Joris Luyendijk heeft gelijk, uitgaan met een bankier helpt niet om de wereld beter te maken, laat staan vallen op een bankier. De financiële branche heeft iets anders nodig om uit zijn illusies wakker geschud te worden. Misschien moet ‘de markt’ maar eens een signaal geven dat de toegevoegde waarde van leraren, vuilnismannen en verplegers misschien wel groter is dan die van bankdirecteuren. Want is degene die kinderen voorbereidt op hun rol in onze maatschappij, of die ervoor zorgt dat we niet omkomen in ons eigen vuil, niet van bijzonder grote waarde? En wat dacht je van degene die je troost en je billen afveegt als je doodziek bent?

Rijkdom of armoede?

Ergens heb ik wel te doen met deze bankdirecteur en al helemaal met zijn kinderen. Zijn definitie van rijkdom komt op mij nogal schraal over. Zijn rijkdom voelt meer als armoede. Echte rijkdom zit voor mij in immateriële zaken als werkelijke aandacht voor elkaar, geestelijke ontwikkeling en liefdevolle ontmoetingen. Hoe denk jij daarover? Hoe word je echt rijk?

Dank dat je deze blog gelezen hebt. Graag verneem ik je reactie. Hieronder of op Facebook of Twitter. Hartelijke groeten, Karen Walthuis